debespiegeling
debespiegeling:

De BespiegelingEen fantastische methode voor het vak Kunst Algemeen. Er is een site waar veel informatie op staat betreft dit boek en het vak.Vaak zoek ik ter voorbereiding van mijn lessen filmfragmenten, muziekfragmenten, citaten, afbeeldingen, syllabi, etc. die aansluiten bij deze methode of die verdiepen en verbreden.Gebundeld in dit blog zijn ze voor mij makkelijk terug te vinden en dat niet alleen; voor iedereen.Er staat nu natuurlijk weinig op maar in de loop van de tijd meer…!Veel plezier met dit vak! 

debespiegeling:

De Bespiegeling
Een fantastische methode voor het vak Kunst Algemeen. Er is een site waar veel informatie op staat betreft dit boek en het vak.

Vaak zoek ik ter voorbereiding van mijn lessen filmfragmenten, muziekfragmenten, citaten, afbeeldingen, syllabi, etc. die aansluiten bij deze methode of die verdiepen en verbreden.
Gebundeld in dit blog zijn ze voor mij makkelijk terug te vinden en dat niet alleen; voor iedereen.

Er staat nu natuurlijk weinig op maar in de loop van de tijd meer…!

Veel plezier met dit vak! 

Van links boven naar rechts onder: iconen van respectievelijk het type Eleousa, Hodegetria, Nikopoia en Platytera
Maria iconen
Maria, als moeder Gods, is een veel voorkomende afbeelding op iconen. Grofweg worden vier typen van Maria iconen onderscheiden:

Nikopoia: Nikopoia betekent ‘de overwinning brengende’; zij is de beschermheilige van Constantinopel. Kenmerkend van het type Nikopoia is, dat Maria en het Kind frontaal zitten.


Hodegetria: Het tweede type, Hodegetria, betekent ‘de wegwijzende’. Maria, haar hoofd een beetje naar links gedraaid, heeft het Kind op haar linkerarm en wijst met haar hand naar de weg van haar Zoon, het vleesgeworden Woord van God. Het oerbeeld van dit type bevond zich in het klooster Hodegon in Constantinopel. De monniken van dit klooster legden zich toe op de verzorging van blinden. Vaak is deze icoon, naast patrones van de blinden, beschermvrouwe van kloosters en steden.


Platytera: ‘Maria met Immanuël’. Christus wordt in dit type afgebeeld als ‘God met ons’ (Immanuël). Maria en het Kind kijken elkaar niet aan, ze kijken beiden de wereld in. Maria staat of zit in gebedshouding en houdt het Kind niet vast. Het Kind zit in een soort medaillon, een ‘clipeus’.


Eleousa: Een vierde type vormt de Eleousa groep: ‘Zij die barmhartigheid doet’. Er is een liefdevolle relatie tussen Maria en Kind; het Kind legt zijn wang tegen die van zijn moeder. Binnen dit type bestaat een aantal varianten.


Bron: Orde van Malta

Van links boven naar rechts onder:
iconen van respectievelijk het type Eleousa, Hodegetria, Nikopoia en Platytera

Maria iconen

Maria, als moeder Gods, is een veel voorkomende afbeelding op iconen. Grofweg worden vier typen van Maria iconen onderscheiden:

  1. Nikopoia: Nikopoia betekent ‘de overwinning brengende’; zij is de beschermheilige van Constantinopel. Kenmerkend van het type Nikopoia is, dat Maria en het Kind frontaal zitten.

  2. Hodegetria: Het tweede type, Hodegetria, betekent ‘de wegwijzende’. Maria, haar hoofd een beetje naar links gedraaid, heeft het Kind op haar linkerarm en wijst met haar hand naar de weg van haar Zoon, het vleesgeworden Woord van God. Het oerbeeld van dit type bevond zich in het klooster Hodegon in Constantinopel. De monniken van dit klooster legden zich toe op de verzorging van blinden. Vaak is deze icoon, naast patrones van de blinden, beschermvrouwe van kloosters en steden.

  3. Platytera: ‘Maria met Immanuël’. Christus wordt in dit type afgebeeld als ‘God met ons’ (Immanuël). Maria en het Kind kijken elkaar niet aan, ze kijken beiden de wereld in. Maria staat of zit in gebedshouding en houdt het Kind niet vast. Het Kind zit in een soort medaillon, een ‘clipeus’.

  4. Eleousa: Een vierde type vormt de Eleousa groep: ‘Zij die barmhartigheid doet’. Er is een liefdevolle relatie tussen Maria en Kind; het Kind legt zijn wang tegen die van zijn moeder. Binnen dit type bestaat een aantal varianten.

Bron: Orde van Malta

Conceptuele kunst - een korte samenvatting -

Kunst is een methode om twee werelden met elkaar te verbinden: de zichtbare en de onzichtbare, het aardse en het bovenaardse
-Joseph Beuys

image

Conceptuele kunst

1960 - Tot nu

Performance, happening, environment
Bij deze stroming staat het idee centraal dat het ‘concept’ achter het werk van groter belang is dan de technische vaardigheid van de kunstenaar die het werk maakt.

Conceptuele kunst werd een belangrijk internationaal fenomeen in de jaren zestig in zeer uiteenlopende verschijningsvormen.
De ideeën of ‘concepten’ kunnen op tal van manieren worden doorgegeven met behulp van bijvoorbeeld tekstmateriaal, plattegronden, diagrammen, films, video’s, foto’s en performances.
Het uiteindelijke werk kan zowel in een galerie worden tentoongesteld, als ook voor een speciale locatie worden ontworpen. In sommige gevallen wordt het landschap zelf een geïntegreerd onderdeel van het werk van de kunstenaar, zoals bij de land-art van Long of de environment -sculpturen van Christo.
De ideeën zoals die door conceptuele werken worden uitgedragen zijn ontleend aan de filosofie, het feminisme , de psychoanalyse, filmstudies en het politiek activisme. Het idee van de conceptuele kunstenaar als maker van ideeën en niet zozeer van objecten ondermijnt de traditionele opvattingen omtrent de status van de kunstenaar en het kunstobject.

Hieronder beschrijven we een paar vormen:

Performance
Net als bij Dada en de happening werd ook de performance uitgevoerd door kunstenaars uit verschillende disciplines (dans, muziek, theater, literatuur en beeldende kunst).
De performance -art was een typische uiting van de opvattingen van de jaren zestig. Er spreekt een radicale mentaliteit uit die humor vaak als wapen gebruikt. Er bestaat vooral een belangstelling voor de alledaagse realiteit en een streven naar objectivering.

De rol van het publiek is medebepalend voor het kunstwerk (provocatie, opwinding, chaos). Er was sprake van provocerende acties tegen het pompeuze fatsoen van de burgerlijke samenleving, door de spot te drijven met alles wat ernstig werd genomen, vooral met alles wat als “kunst” of “cultuur” in aanzien stond, maken de dadaïsten de indruk een weg te willen banen voor een nieuwe maatschappelijke, intellectuele en artistieke orde.
Er was hierdoor ook een antipathie ontstaan tegen de gevestigde musea en galeries dus gingen meer en meer kunstenaars zich richten op de zogenaamde happenings en performances die vaak eenmalig waren en niet “opgehangen” konden worden.
Vanzelfsprekend is het hierbij buitengewoon moeilijk om te bepalen wat tot beeldende kunst en wat tot het experimentele theater behoort.

 
Videokunst
Video ontpopte zich als een heel geschikt medium voor de kunstvorm, die in feite een afgeleide is van de performance -art. Daarin presenteert de kunstenaar zich aan het publiek, in een eenmalige vorm. Hij maakt een bepaald artistiek concept zichtbaar. Hij doet dit op een bepaalde plaats en op een bepaald moment. Ondanks zijn keuze voor een eenmalige uitdrukkingsvorm ontstond toch de behoefte die performance vast te leggen op een manier die recht deed aan het conceptuele én aan het aan tijd gerelateerde karakter ervan.

De persoonlijke toets van de kunstenaar bij de schepping van het werk is afwezig, het gaat om het idee wat volgens zijn draaiboek gerealiseerd wordt..

De kunstenaar ziet zich als bedenker en regisseur van vaak grootschalige activiteiten, waarbij hij de diensten van specialisten, de media en het publiek nodig heeft.

Het Stedelijk Museum in Amsterdam is van oudsher al een instituut geweest wat dit soort kunst het eerst signaleert, exposeert en in haar collectie opneemt. 

http://www.stedelijk.nl